Wat je precies nodig hebt voor Windows Vista is niet eenvoudig te zeggen. Microsoft maakt namelijk onderscheid tussen ‘Windows Vista Capable’ en ‘Windows Vista Premium Ready’ PC’s.
Zoals de termen doen vermoeden geeft eerstgenoemde aan wat je minimaal nodig hebt om met überhaupt Windows Vista te kunnen werken. Daar is minimaal een 800 MHz processor voor nodig, tezamen met 512 MB werkgeheugen en een videokaart die hardwarematig met DirectX 9 weet om te gaan. Gebruikers met dergelijke systeemspecificaties zullen het beste uit zijn met Windows Vista Home Basic, de meest eenvoudige Vista versie.
Om van alle mogelijkheden van Windows Vista Home Premium gebruik te kunnen maken, heb je een ‘Premium Ready’ PC nodig. Deze bestaat minimaal uit een 1 GHz processor, 1 GB aan werkgeheugen, een 40 GB harde schijf, een simpele DVD-speler, een audio uitgang en internettoegang.
Daar stopt het echter niet mee, in verband met het nieuwe Aero-uiterlijk heeft de videokaart namelijk specifieke eisen voor de ‘Premium Ready’ variant. Zo moet hij sowieso beschikken over hardwarematige DirectX 9 acceleratie en afhankelijk van de aan te sturen resolutie een hoeveelheid geheugen. Bij een resolutie tot en met 1280x1024 is 64 MB voldoende. Voor alle resoluties die daarna komen tot 1920x1200 is 128MB voldoende, maar gebruikers met meerdere schermen of een nog hogere resolutie hebben minimaal 256 MB nodig.
Uiteraard zullen gebruikers die kiezen voor Windows Vista Ultimate een snellere PC nodig hebben om echt lekker te kunnen werken. Maar ook hiervoor gelden de minimumeisen van Windows Vista Premium (‘Premium Ready’), aangezien deze alleen op het gebied van features zullen verschillen.
Via deze pagina van Microsoft kan men de Windows Vista Upgrade Advisor Bèta downloaden. Na het installeren hiervan kan men door middel van een feature selectie zijn eigen systeem laten scannen en zodoende advies krijgen over eventueel benodigde upgrades. Echt vlekkeloos werkt dit nog niet aangezien hij bij een desktop aangeeft dat ‘overal werken’ mogelijk is. [RL]
Bron
Bron: The Inquirer