Nieuwe testmethode
Het is lang geleden dat we op Hardware.Info een casefan test hebben gepubliceerd en dat heeft alles te maken met het feit dat casefans – hoe simpel de producten op het eerste oog ook lijken te zijn – moeilijk goed te testen zijn. Sterker nog: wil je het helemaal goed doen, dan heb je voor minimaal € 100.000 aan testapparatuur nodig. En helaas, dat zit er voor ons en andere publicaties niet in. Met creatief denken en input van diverse professionals hebben we echter een semi-professionele testmethode ontwikkeld waarmee we ook een goed beeld kunnen scheppen van de werking van de fans.
Onze nieuwe testmethode bestaat uit een lange buis – circa twee meter lang – met een doorsnede van exact 12 centimeter. Aan het eind van deze buis plaatsen we de casefan, die we naar buiten laten blazen. Halverwege hebben we de buis compleet gevuld met rietjes, zodat die een soort honingraatstructuur vormen. En dat is niet zonder reden: de rietjes zorgen ervoor dat de door de buis aangezogen lucht wordt “rechtgetrokken” en dus dat de luchtsnelheid tussen de rietjes en ventilator op alle punten in de doorsnede van de buis even hoog is. Halverwege de rietjes en de fan hebben we een luchtsnelheidsmeter geplaatst, een zogenaamde anemometer. Doordat de luchtsnelheid over de gehele oppervlakte (vrijwel) identiek is, kunnen we daarna de luchtverplaatsing bepalen door de snelheid te vermenigvuldigen met de oppervlakte (π x r²). In nette SI-eenheden kom je dan uit op een waarde in m³ per seconde, maar dat hebben we weer omgerekend naar cubic feet per minute, ofwel de bij casefans veel gebruikte CFM-waarde.
Statische druk kunnen we helaas niet meten. Statische druk is echter van belang om te weten of de toegenomen luchtweerstand deze niet te veel afremt wanneer je een casefan op een CPU-koeler of radiator plaatst. En hoewel we de statische druk an sich dus niet kunnen meten, kunnen we wel de resterende airflow meten wanneer we de fan op een radiator plaatsen. Daartoe hebben we alle casefans op de radiator van een Corsair H80 waterkoelset geplaatst.
Al deze metingen hebben we gedaan met de fans ingesteld op hoge draaisnelheid (12V spanning) en lage draaisnelheid (7V spanning). Bij beide spanningen hebben we ook de geluidsproductie van de casefans bepaald. Dat hebben we traditiegetrouw gedaan in onze geluidsdichte box, waarbij we de fan nu in een stuk schuim plaatsen, zodat er geen extra trillingen ontstaan.

Efficiëntie
Airflow en geluidsproductie zijn van nature tegenpolen: hoe meer lucht er wordt verplaatst, hoe meer dat gepaard zal gaan met extra geluidsproductie. Misschien wel het meest interessant is dan ook wat we maar noemen de efficiëntie van de casefans: de verhouding tussen beide zaken.
In onze eerdere casefan-tests berekenden we altijd een gekunstelde “CFM per DB”. Hoewel het delen van beide grootheden op elkaar geen enkele wetenschappelijke grondslag heeft, gaf het op zijn minst een goed beeld. Deze keer zijn we een stap verder gegaan en hebben we in onze geluidsdichte box bepaald met welk voltage de fans 30 dB(A) geluid produceren. Deze waarde van 30 dB(A) is niet lukraak gekozen: gemeten op 10 centimeter is het de grens waarop geluid net wel of net niet hoorbaar is wanneer waargenomen op normale afstand.
Een klein aantal fans is zo stil dat ze zelfs met 12V ingangsspanning minder dan 30 dB(A) produceren. Om deze fans toch in de efficiëntie grafieken op te nemen, laten we deze dan op volle snelheid werken.