2 GB of 4 GB? 32-bit of 64-bit?

Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Bovengrens
  3. 3. 64-bit Windows
  4. 4. Sneller?
  5. 5. Proef op de som!
  6. 6. Conclusie

Sneller?

In principe zou 64-bit Windows even snel kunnen werken als 32-bit Windows. Toch zijn er argumenten te bedenken waarom de werking juist sneller of juist langzamer zou moeten zijn. De belangrijkste reden waarom 64-bit sneller zou kunnen zijn is inmiddels ruim besproken: wanneer je 4 GB of meer in je PC hebt, kan dit volledig worden aangesproken. Maar er is nog een ander verschil. In 32-bit Windows kan een enkel programma zich maximaal 2 GB geheugen toe-eigenen. In 64-bit is deze limiet er niet. Wanneer je zeer complexe programmatuur gebruikt die dergelijke hoeveelheden geheugen goed kan gebruiken, kun je dus een presentatiewinst verwachten. Daarnaast kunnen in sommige gevallen de berekeningen die software uitvoert ook iets sneller gaan: wanneer software met 64-bit getallen in plaats van 32-bit getallen werkt, zonder daarvoor SSE-achtige instructies te gebruiken, kan een 64-bit processor in een 64-bit OS dit sneller doen dan een 32-bit combinatie. De winst zal in de praktijk maximaal een aantal procent zijn, maar uiteraard geldt op dit vlak dat alle beetjes meehelpen.

Zoals gezegd zijn er ook redenen te bedenken waarom 64-bit Windows juist langzamer zou zijn. Dit moeten we voornamelijk zoeken op het vlak van drivers. Wanneer deze minder zijn geoptimaliseerd dan de normale versies, kunnen de complete systeemprestaties daar onder lijden. Gelukkig zijn er de laatste maanden vooral op dit vlak grote stappen gemaakt.

Dan maar 3 GB?

32-bit Windows ondersteunt zoals geschreven slechts 3 GB geheugen. Je zou dus kunnen denken dat het slimmer is om je PC dan ook van 3 GB in plaats van 4 GB te voorzien. Een logische gedachte, maar die gaat niet helemaal op. Wat roet in het eten gooit is dat een systeem veel sneller werkt bij dual-channel geheugen. Je moet geheugenmodules dus altijd in paren van twee plaatsen. Zodra je drie modules van 1 GB plaatst, gaat het systeem in single-channel modus werken en verdampen alle potentiële prestatiewinsten als sneeuw voor de zon. Een andere optie zou zijn 2x 1 GB én 2x 512 MB, maar dan loop je weer tegen het probleem aan dat een systeem met vier modules vaak ook weer net even langzamer werkt dan met twee modules. Onder de streep kun je het best gewoon twee modules van 2 GB nemen en het feit dat een kwart niet gebruikt wordt voor lief nemen.

Wanneer meer dan 2 GB?

Wanneer is het nu slim om 4 GB in plaats van 2 GB in je PC te plaatsen? Die vraag is eigenlijk simpel te beantwoorden; wanneer je geregeld (een combinatie) van programma's gebruikt die in totaal meer dan 2 GB vereisen, kun je met extra geheugen een flinke prestatiewinst bewerkstelligen. Immers; zodra er niet voldoende geheugen beschikbaar is, gaat Windows gebruik maken van de harde schijf als virtueel geheugen en dat is vele malen langzamer dan ‘echt' geheugen. Wie veel multitasked en zich aan het eind van een werkdag ineens bewust is van het feit dat er tientallen programma's open staan, kan de grens al snel bereiken. De simpelste truc is om op regelmatige basis de Taskmanager te openen; helemaal onderin kun je zien hoeveel procent van het fysieke geheugen gebruikt wordt. Is dat geregeld meer dan pak ‘m beet 80%? Dan is een upgrade bijna verplichte kost! De prestatiewinst is dan moeilijk in getallen uit te drukken, maar zeer merkbaar. Doordat de PC minder hoeft te swappen naar de harddisk, gaat bijvoorbeeld het schakelen tussen twee programma's vele malen sneller.


Is het gebruikte fysieke geheugen geregeld meer dan 80%(zie onderin)? Dan is een upgrade bijna verplichte kost.

Advertentie
0