De komst van GeForce
Aan het begin van de 21e eeuw waren de kaarten in 3D-land redelijk geschud. Partijen als Rendition Vérité, Permedia en andere zijn van het toneel verdwenen. 3dfx had met de Voodoo3 de eigen ondergang in gang gezet en ook van S3 zouden we na een laatste poging niet veel meer horen. Het jaar 2000 is in feite het begin van het Nvidia versus ATI tijdperk, waar we anno 2015 nog steeds in zitten.
De klapper van het jaar was de eerste Nvidia GeForce kaart, de GeForce 256, die eind 1999 werd geïntroduceerd, maar in 2000 pas echt goed leverbaar werd. De nieuwe chip met codenaam NV10 was een 256-bit chip die werd aangekondigd met het motto “Revolution, not Evolution” en dat was terecht. Het was namelijk de eerste 3D-chip die hardwarematig Transformation & Lighting kon toepassen. Wat dat precies was kun je uitvoerig teruglezen in onze preview, maar het kwam er allereerst op neer dat de positionering van 3D-objecten op het beeldscherm op basis van de positionering in de virtuele 3D-wereld nu ook hardwarematig werd berekend, een stap in het rendering proces die tot dan toe altijd nog voor rekening van de CPU kwam.
Daarnaast was de GeForce 256 GPU de eerste die hardwarematig het effect van lichtbronnen op 3D-objecten hardwarematig kon berekenen. Het zorgde ervoor dat 3D-werelden uit veel meer driehoeken konden worden opgebouwd en dat er veel mooiere belichtings- en schaduweffecten gemaakt konden worden, zonder onspeelbare framerates te krijgen. De techdemo’s van de GeForce 256 waren dan ook om van te smullen. Alsof het toevoegen van deze transformation en lighting engines nog niet voldoende was, verhoogde Nvidia ook het aantal pixel pipelines van twee naar vier. Bij onze review waren we dan ook zeer enthousiast: soms bleek de GeForce 256 wel twee keer zo snel als de TNT2 Ultra. Saillant detail: de GeForce 265 was de eerste 3D-chip die de naam GPU ofwel Graphics Processing Unit kreeg.
Wat kon de concurrentie er tegenover zetten? S3 kwam begin 2000 met de Savage 2000, een nieuwe chip die net als de GeForce 256 hardwarematige T&L bood. Het in Nederland populairste videokaartenmerk Diamond fuseerde met S3 en werd hofleverancier van Savage 2000 kaarten. Het feit dat Diamond geen GeForce-kaarten kon leveren bleek overigens het begin van het einde voor het merk. Ook de Savage 2000 had vier pixel pipelines en S3 was nog altijd de enige met texture compression, wat mede om die reden nog steeds door vrijwel geen enkele game werd ondersteund. Tijdens onze eerste test bleef de kaart geregeld hangen vanwege de afwezigheid van een koelblok. De Savage 2000 was sneller dan de TNT2, maar kwam niet in de buurt van de GeForce 256. De drivers waren aanvankelijk bovendien zo slecht dat we het product onverkoopbaar noemden, wat het het uiteindelijk ook bleek te zijn…

De eerste GeForce (1999), hier op een kaart van Guillemot, was de eerste 3D-chip die de naam GPU kreeg.

Dankzij de hardwarematige T&L engine kon de GeForce 256 grote aantallen 3D objecten animeren, zoals mooi werd aangetoond in deze Nvidia demo.

De S3 Savage 2000: het begin van het einde van de succesvolle jaren van zowel S3 als Diamond.