Virtualisatie
Een aantal nieuwe functionaliteiten zijn speciaal bedacht om de AMD Barcelona zeer geschikt te maken voor virtualisatie. In een gevirtualiseerde omgeving draai je tegelijkertijd twee of meer instanties van (verschillende) besturingssystemen op dezelfde machine. In feite ben je dus aan het multitasken tussen verschillende besturingssystemen. De zogenaamde Hypervisor software zorgt er echter voor dat ieder OS het idee heeft dat het een complete PC voor zichzelf alleen heeft.
Een belangrijke versnelling is het taggen van gegevens in de TLB's (Translation Lookaside Buffer) van de verschillende core. Zo'n TLB is in feite een grote tabel die aangeeft hoe de interne data-adressen binnen de processor overeen komen met de fysieke plekken waar de data in het geheugen te vinden is. Bij de nieuwe architectuur kan AMD bij iedere entry in de TLB aangeven bij welke virtual machine deze hoort. Intel heeft die optie niet, wat betekent dat iedere keer als een andere VM tijdelijk van de processor gebruik moet maken, de hele TLB van de vorige VM naar het geheugen weggeschreven moet worden en de juist TLB moet worden ingeladen. Dit de hele tijd wegschrijven en inlezen van TLB gegevens is een kostbare zaak binnen gevirtualiseerde omgevingen. Het taggen van de TLB zorgt ervoor dat het prestatieverlies bij virtualisatie veel verder teruggebracht wordt.
Een andere belangrijke optie is dat de geheugencontroller hardwarematig kan bijhouden welke gedeeltes van het geheugen in gebruik zijn voor welke virtual machines. De geheugencontroller zal er dan voor zorgen dat virtual machines niet stiekem in het geheugen van hun buurman kunnen kijken. Deze technologie verbetert de security van gevirtualiseerde omgevingen aanzienlijk. Bij Intel is iets dergelijks ook mogelijk, maar vooralsnog helaas alleen in software.

De geheugencontroller zorgt ervoor dat
verschillende VM's niet in elkaars geheugen kunnen kijken.
Sowieso geeft AMD aan dat hun architectuur zich meer leent voor virtualisatie bij multi-processor systemen dan de architectuur van Intel. Aangezien bij AMD iedere processor zijn eigen geheugen heeft, kan iedere virtual machine die op zo'n processor draait zonder enige vertraging gebruik maken van een eigens stuk geheugen. Bij Intel moeten alle virtual machines gebruik maken van dezelfde centrale geheugencontroller en kunnen er dus vertragingen oplopen wanneer twee of meer virtual machines tegelijkertijd van het geheugen gebruik willen maken. Niet voor niets heeft Intel al aangegeven bij hun volgende architectuur ook over te willen stappen naar point-to-point verbindingen tussen processors met geïntegreerde geheugencontrollers.

AMD's architectuur leent zich meer voor
virtualisering