Een blik in de wereld van Home Automation

Inhoudsopgave
  1. 1. Intro
  2. 2. X10
  3. 3. Wat kun je er nu mee?
  4. 4. Computergestuurd
  5. 5. Marmitek
  6. 6. Elekhomica
  7. 7. Mooie afstandsbediening
  8. 8. Automatiseren
  9. 9. HomeControlBox
  10. 10. Conclusie

X10

Het X10-protocol zit eigenlijk kinderlijk eenvoudig in elkaar. Elke schakelaar krijgt een bepaald adres toebedeeld, bestaande uit een zogeheten huiscode en een zogeheten apparaatcode of unitcode. Binnen de standaard kunnen maximaal zestien huiscodes gebruikt worden (die worden aangemerkt met de letters A tot en met P) en binnen elke huiscode ook weer zestien apparaatcodes (die worden aangemerkt met de cijfers 1 tot en met 16). Het woord huiscode is wellicht een beetje ongelukkig gekozen, je kunt immers prima meerdere van deze codes binnen een huis gebruiken. Elke X10-schakelaar in huis krijgt op deze manier een unieke code, bijvoorbeeld B5 (huiscode 5, unitcode 5). In totaal kun je maximaal 256 X10-apparaten (16 huiscodes x 16 unitcodes) in huis gebruiken.


Op deze lampmodule kun je de huis- en unitcode aangeven met draaiwieltjes.

Via het X10-protocol kun je nu codes sturen naar al deze apparaten. Bijvoorbeeld ‘B5 ON' zal er voor zorgen dat het apparaat met adres B5 ingeschakeld zal worden, terwijl ‘B5 OFF' het apparaat zal uitschakelen. Al deze instructies worden verstuurd over het stroomnet, ofwel elk apparaat dat ergens op het stopcontact is aangesloten, kan instructies sturen naar alle andere apparaten in huis. De X10-standaard is zo ontwikkeld dat normale elektrische apparaten geen last hebben van deze extra signalen op het stroomnet. Zo worden instructies telkens doorgezonden tijdens een nuldoorgang (ofwel wanneer de wisselstroom op de stopcontact omklapt van positief naar negatief of andersom) en is het voltage waarmee instructies worden doorgegeven dusdanig klein, dat geen enkel normaal apparaat erop zal reageren.

Het X10-protocol kent in feite slechts twee soorten apparaten: lampen en appliances. Zo'n appliance kan elk soort elektrisch apparaat zijn, variërend van een tv tot een koffiezetapparaat. De beperking bij een appliance is dat je deze alleen aan of uit kunt zetten. Lampen kun je daarentegen ook dimmen. Hiervoor heb je X10-commando's als ‘DIM B7' of ‘BRIGHT B7'. Vanzelfsprekend kun je een lamp ook aansturen op een appliance-module, maar dan ben je dus beperkt tot aan en uitschakelen. Een spaarlamp mag je uiteraard niet dimmen en moet je dus als appliance aansturen.

Het moge duidelijk zijn: het X10-protocol is in feite kinderlijk eenvoudig. En nog beter: als je een home automation-systeem eenmaal goed hebt ingesteld, hoef je je over al die apparaatcodes ook geen zorgen meer te maken. Het doel is immers je huis makkelijker te maken, niet ingewikkelder.


Erg handig, deze X10-module kun je in een bestaande lampfitting draaien!

Zenders en ontvangers

Binnen het huis dat je met X10-technologie wilt uitrusten, moet je dus alle apparaten die je van afstand of geautomatiseerd wilt bedienen, voorzien van een X10-schakelaar. Zoals we verderop zullen zien, heb je die in alle soorten en maten, van kastjes die je in het stopcontact steekt tot micromodules die je in een inbouwdoos kunt stoppen. Aan de andere kant heb je ook zenders nodig, ofwel apparaten die X10-commando's kunnen versturen. Dat kan eveneens van alles zijn; een speciale X10-wandschakelaar, een afstandsbediening, een computer die alles centraal regelt, maar bijvoorbeeld ook een bewegingsmelder. Zo'n afstandsbediening en bewegingsmelder zullen overigens in de regel niet rechtstreeks op het lichtnet zijn aangesloten. Daarvoor moet je ergens in huis een transceivermodule opnemen, een kastje dat draadloze instructies omzet naar X10-signalen op het stroomnet. Zo'n transceiver kun je eigenlijk het best vergelijken met een WLAN-accesspoint, alleen dan voor home automation.


Een transceivermodule zorgt ervoor dat signalen van een afstandsbediening worden omgezet naar X10.

Advertentie
0