20 jaar 3D-chips - Deel 3: de recente geschiedenis van GeForce en Radeon

Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Programmeerbaar
  3. 3. De beste Radeon-kaart ooit
  4. 4. De bladblazer
  5. 5. PCI-Express, SLI en Crossfire
  6. 6. Unified shaders
  7. 7. DirectX 10.1
  8. 8. Quad-SLI
  9. 9. Vogelvlucht

Programmeerbaar

In februari 2001 kondigde Nvidia de GeForce 3 aan, gebaseerd op de NV20 chip. Dit was de eerste GPU die geschikt was voor Microsofts DirectX 8 API. De Europese pers werd ingevlogen naar Parijs en in de Eiffeltoren gaf Nvidia een demonstratie van de nieuwe GPU. Daarbij toonde men direct een benchmark die volop van de nieuwe mogelijkheden gebruik kon maken. Bij het voor de eerste keer zien van de befaamde Nature test uit 3DMark 2001 waren ondergetekende en de andere aanwezige journalisten overtuigd: de GeForce 3 was een gigantische stap vooruit in de ontwikkeling van GPU’s.

Nieuw was dat zowel de vertex shaders – verwerkingseenheden die de posities berekenen van de hoekpunten van de driehoeken waaruit alle 3D-objecten bestaan – als de pixel shaders – verwerkingseenheden die het uiteindelijke inkleuren van alle pixels verzorgen – programmeerbaar waren. De beschikbare algoritmes waren bij deze eerste generatie programmeerbare GPU nog redelijk archaïsch, maar toch boden ze mogelijkheden die tot nu toe ongekend waren. In onze uitgebreide GeForce 3 Preview kan je teruglezen hoe die eerste generatie vertex-algoritmes onder meer gebruikt kon worden voor realistische gelaatsuitdrukkingen of het realistisch laten wapperen van een vlag in de wind. Omdat bij programmeerbare shader units de creativiteit van de game developer eigenlijk de enige beperking is, had de marketingafdeling van Nvidia ook een mooie naam bedacht: de nfiniteFX graphics processor. In tegenstelling tot GPU is die term inmiddels in de vergetelheid geraakt.

In onze vergelijkingstest van GeForce 3 kaarten verzuchtten we dat alle kaarten in feite op dezelfde, door Nvidia ontworpen PCB waren gebaseerd. Het was dan ook in deze periode dat de trend begon waarbij high-end kaarten enkel nog qua koeler van elkaar verschillen. In dezelfde test zagen we dat het prestatieverschil tussen de GeForce 3 en de GeForce 2 Ultra eigenlijk beperkt was: de kaart moest het vooral van de nieuwe mogelijkheden hebben.

ATI kwam eind 2001 met tegenhanger Radeon 8500, gebaseerd op de R200 chip. Dit was ATI’s eerste GPU met DirectX 8-compatibele programmeerbare vertex en pixel shaders. Ook ATI’s marketingafdeling draaide op volle toeren met termen als Smartshaders en Pixel Tapestry II technology. Uit onze test bleek dat de Radeon 8500 de potentie had om de inmiddels verschenen, versnelde GeForce 3 Ti 500 te evenaren, maar zoals destijds zo vaak bij ATI waren het de drivers die de kaart de das om deden. Echt succesvol was deze generatie niet voor ATI, maar dat zou het jaar daarna wel anders worden.


De Nature-demo van 3DMark 2001, dé demo waarmee gamers overtuigd werden van de kracht van de GeForce 3.

Advertentie
0