PCI-Express, SLI en Crossfire
Het jaar 2004 stond in het teken van de overstap van de speciaal voor videokaarten bestemde AGP-bus naar het modernere PCI-Express. Nvidia en ATI kwamen met speciale PCI-Express versies van bestaande kaarten, zoals van de GeForce PCX 5900. Nog een aantal generaties lang bleven AGP en PCI-Express naast elkaar bestaan, maar rond 2007 à 2008, dus in een tijdsbestek van circa drie à vier jaar, was AGP voor snelle videokaarten geheel verdwenen.
Nvidia herpakte zich met de GeForce 6800 helemaal. In 2004 herintroduceerde het een technologie die het bedrijf tot op de dag van vandaag veel succes bezorgt: SLI. De nieuwe PCI-Express interface maakte het mogelijk om twee high-end kaarten in een systeem te plaatsen en de rekenkracht daarvan te combineren. De naam SLI kon Nvidia gebruiken dankzij de overname van 3dfx jaren eerder, maar de technologie werkte anno 2004 uiteraard geheel anders. Hoewel SLI in eerste instantie niet bepaald in iedere game vlekkeloos werkte, was het wel mogelijk het prestatieniveau van een high-end game-PC flink te doen toenemen. Het SLI-demosysteem dat we eind 2004 op de HCC Dagen toonden had heel wat bekijks. SLI kwam voor ATI echt compleet onverwacht. Men fröbelde wel snel een tegenhanger in elkaar: ATI Crossfire. De R480 GPU van de Radeon X800/X850 kaarten van dat moment was daar echter niet op ontworpen, dus men moest met speciale Master-kaarten komen met extra chips erop en complexe externe kabels om kaarten te combineren. Het zou nog twee chipgeneraties duren eer AMD ook “native Crossfire” had en het mogelijk werd om twee kaarten gewoon te combineren.

Nvidia herintroduceerde in 2004 de SLI-technologie. Het concept van meer dan één videokaart verkopen aan die-hard gamers bleek een schot in de roos.