20 jaar 3D-chips - Deel 3: de recente geschiedenis van GeForce en Radeon

Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Programmeerbaar
  3. 3. De beste Radeon-kaart ooit
  4. 4. De bladblazer
  5. 5. PCI-Express, SLI en Crossfire
  6. 6. Unified shaders
  7. 7. DirectX 10.1
  8. 8. Quad-SLI
  9. 9. Vogelvlucht

De beste Radeon-kaart ooit

In 2002 kwam Nvidia allereerst met de GeForce 4 op de proppen. De nieuwe NV25 chip was in feite een doorontwikkeling van de NV20, maar wel met een aantal interessante nieuwe features. Voor het eerst werd een 256-bit geheugenbus opgeknipt in vier onafhankelijk van elkaar werkende 64-bit segmenten, zoals dat op de dag van vandaag nog gebruikelijk is. Het voordeel hiervan is dat de GPU veel efficiënter kleine hoeveelheden data van en naar het geheugen kan transporteren. Ook vermeldenswaard: vanaf de GeForce 4 werd het integreren van videodecoders in GPU gemeengoed. De NV25 had een volledige MPEG2-decoder aan boord, inclusief adaptive deinterlacing-algoritmes. Technologie als deze werd het fundament voor de latere opkomst van HTPC’s. Ook belangrijk: de ondersteuning voor het aansluiten van twee monitoren werd verbeterd.

De review publiceerden we in ons eerste Hardware.Info Magazine en daarin stonden wat leuke weetjes. Zo berekenden we dat een GeForce 4 Ti kaart 1.000.000.000.000 floating point operaties per seconde kon uitvoeren, meer dan alle floating point rekenkracht die in 1985 op aarde aanwezig was. Er zouden 384.000.000 originele IBM AT machines uit 1985 nodig zijn om die rekenkracht te evenaren.

Het was dus duidelijk, de GeForce 4 was snel. Maar niet zo snel als de Radeon 9700 die ATI eind 2002 introduceerde. Bij deze op de R300 chip gebaseerde kaart leek alles mee te zitten; voor het eerst was het ATI dat een nieuwe technologie eerder kon introduceren dan Nvidia, terwijl ATI bovendien voor het eerst kon claimen de snelste videokaart ter wereld te hebben. De Radeon 9700 was eind 2002 namelijk de eerste (en enige) DirectX 9 compatible videokaart. DX9 was er zélf nog niet, maar zou mogelijkheden bieden voor langere, complexere vertex en pixel shader algoritmes, waarin ook loops en vertakkingen mochten voorkomen. Nog mooiere 3D-effecten dus. De R300 was ook de eerste GPU waar video door de pixel-pipelines geloodst kon worden: dat bood mogelijkheden voor het gebruiken van video binnen 3D-games, maar ook voor het gebruiken van de 3D-rekenkracht voor postprocessing bij video. Uit onze benchmarks in Hardware.Info Magazine #3/2002 bleek bovenal dat de Radeon 9700 aanzienlijk sneller was dan de snelste GeForce 4-variant. Van driver-problemen was deze generatie geen sprake. Een meesterzet van ATI was het besluit om te stoppen met het zelf verkopen van videokaarten en in zee te gaan met partners, zoals Nvidia dat ook deed. ATI steeg snel in populariteit en kon de koppositie ook nog wel een tijdje vasthouden, aangezien “de beste Radeon-kaart ooit” werd gevolgd door “de slechtste GeForce-kaart ooit”.



De “Code Creatures”-demo uit de tijd van de GeForce 4. De brute rekenkracht van de GPU’s uit 2002 maakte het mogelijk om 3D-werelden bestaand uit ongekend veel triangles in realtime te renderen.


De ATI Radeon 9700 Pro, hier op een kaart van Gigabyte. Hiermee zette ATI aartsvijand Nvidia flink op achterstand.

Advertentie
0